vrijdag 11 mei 2012

catsitting in Parijs


Ik ben weer in Parijs. Het studentenleven in Leuven kon een welkome pauze gebruiken – ikzelf kon wel een goede dosis concentratie en focus gebruiken. Aan het begin van dit schooljaar was ik nog bang niet te kunnen aarden: misschien zou ik met geen van mijn klasgenoten overweg kunnen en zou Leuven niks voor mij zijn. Nu ik deze zorg kwijt ben, ben ik een andere rijker. Hoe ga ik me ooit lang genoeg tot blokken aan kunnen zetten om de examens door te komen met dit nieuwe sociale leven? Toen mijn tante me vroeg of ik een weekje in haar studio in Parijs wilde vertoeven en de kat gezelschap te houden, wist ik meteen dat dit mijn kans was. Ik zou me een week lang isoleren van alles wat een afleiding zou kunnen zijn, en zou me storten op het achterstallige werk wat nog verzet zou moeten worden.

Als ik vanochtend in de metro op weg ben naar een rustig plekje voor studiegerelateerde activiteiten, valt het licht uit en blijven we plots stilstaan. Ondergronds. Uit één van de speakers klinkt wat gekraak waar, aan de geërgerde reacties te horen, sommige mensen wat informatie uit weten te halen. Hoewel ik hiervan toch lichtelijk van mijn apropos raakte, concludeerde ik dat zolang men nog rustig scheldend in de stoel bleef zitten, er voor mij ook geen reden tot paniek zou zijn. Het was snikheet. De man naast me had het duidelijk moeilijk en richtte wat bozen woorden ter hemel (of richting een van de speakers – dat kan ook). De hoogbejaarde vrouw tegenover me wierp ook wat boze blikken de metro door. Zo bleven we allemaal twintig minuten voor ons uit kijken in de metro verlicht door het fletse licht van de noodlampjes. Met zwaar gezoem springt het licht weer aan en komt het voertuig weer in beweging.

Later gebeurt me hetzelfde. Ik zit op de metro, met een klap komt hij tot stilstand. Plots zit er zit een Afrikaanse dame bij mij op schoot die van alles in het Frans begint te mompelen en snel de benen neemt. Voor een stad met één van de best functionerende metronetwerken zie ik toch nog een hoop malaise! Tot nu toe valt het me alleszins mee. Ik ken inderdaad helemaal niemand in Parijs, dus buiten een groot aantal pagina's schoolwerk per dag kan ik me helemaal laten meesleuren met één van mijn favoriete activiteiten: mensen kijken. Vanmorgen miste ik mijn metrohalte omdat ik zo bezig was de forenzen te bestuderen. Niet dat dat een probleem is, aangezien ik toch geen concrete plannen heb. Koffie, mijn handboek economie en een uitzicht op de straat is vooralsnog alles wat ik nodig heb.

donderdag 12 april 2012

dagdromen



De dagen worden langer, de terrasjes aanlokkelijker en de zomervakantie komt steeds dichterbij. Het maken van concrete en tastbare plannen voor de zomer gaat dan ook een steeds grotere rol innemen in mijn dagelijkse planning. Een recent onderzoek toont aan dat dagdromen een teken op bovengemiddelde intelligentie kan zijn - dus ik voel me iets minder schuldig. De paasvakantie zou een opeenvolging van cram sessions in de Leuvensche universiteitsbibliotheek worden. De balans van utile en dulci (blijkbaar het leerrijke en het plezante, of in ieder geval iets in die trant) was de afgelopen weken iets teveel in de richting van het plezante geslagen, en er moest wat tegenwicht in de schaal gelegd worden. Tot nu toe is het nog niet erg gelukt. Onder het mom 'het blijft vakantie' probeer ik mezelf een beetje wijs te maken dat het niet erg is.

De eerste vier dagen was ik op bezoek bij Dana in Keulen. Inmiddels ben ik zo vaak in Duitsland geweest dat het altijd weer een beetje als thuiskomen van een lange vakantie voelt. Dana is inmiddels helemaal ingeburgerd, als echte Kölsche. Ik ben stikjaloers op haar stulpje. Buiten het feit dat ze een ligbad heeft, ligt het in een gezellige multicultibuurt in Keulen. Als ik in Leuven mijn thuis verlaat en voor de zoveelste keer zowat uitglijd in het braaksel van een van de vele zatte studenten, denk ik met weemoed terug aan de tijden in de Niasstraat – waar het meest uitbundige straattafereel een spontane barbecue was.

zondag 29 januari 2012

Brussel/Parijs


Zo’n maand lang studeren eist toch wel z’n tol. Terwijl iedereen op zijn laatste krachten probeert de laatste examens met een voldoende af te ronden, wordt hoopvol vooruit gekeken naar de week vakantie die ons erna gegund is. Althans, dat denk ik dan. Ik heb altijd al een probleem gehad in het moment te blijven: ik ben nog niet klaar met leuke activiteit A, of ik zit met mijn hoofd al bij leuke activiteit B.

Niet dat ik het hier alweer zat ben. Integendeel, elke dag zit nog altijd vol verassingen. Het blijft toch een apart volkje, die Belgen. Bij mijn job (een van de weinige woorden waar de Belgen leentjebuur spelen bij de Engelsen, en niet wij) hebben we een huiszwerver. Hoewel het een aardige man is, is hij toch een beetje de touch met de werkelijkheid verloren. Hoewel hij dondersgoed weet dat Nederland boven België ligt, denkt hij altijd dat ik ontzettend ver verwijderd ben van huis: och ja, Amsterdam, kon ik daar maar heen! Maar dan moeten we vliegen!

Als ik hem vertel dat het ook prima met trein of bus te doen is, kijkt hij me toch een beetje gek aan. Dat duurt te lang, vind hij. Het argument van de tergende security op het vliegveld heb ik maar even achterwege gelaten. Misschien is dat de reden dat hij nu zo ver van de realiteit afzit: mensen nemen de moeite niet meer om hem anders te vertellen. Dat Nederlanders geen ‘asjemenou’ zeggen, heb ik hem ook nog niet verteld (waarom Vlamingen dit toch altijd denken is me overigens een raadsel).

In een bui van insomnia zit ik nu, terwijl mijn aantekeningen voor het aankomende economietentamen nog om me heen liggen, alweer te dromen over die mooie periode na de examens. Volgende week rond deze tijd zit ik in Parijs. En we gaan liften. Als groot fan van low-budget reizen is dat sowieso al iets wat ik op het verlanglijstje had staan. Samen met CouchSurfing maakt het de cirkel eigenlijk compleet: reizen, mensen ontmoeten, en geen extra kosten. Het geluk wil dat we zelfs in Parijs een host hebben gevonden die ons onderdak wil verschaffen voor een paar dagen, iets wat niet niks is in zo'n West-Europese metropool. Hoewel het in de Balkan stikt van de westerlingen die hun liefde voor de streek dolgraag met je willen delen en je dus maar al te graag te gast hebben, is het aan deze kant van het continent nog altijd kommer en kwel. Maar wij hebben beet!

Spannend is het wel. Hoe veel verhalen ik ook lees van doorgewinterde lifters over hoe makkelijk (én veilig) het is, ik heb nog steeds visioenen waar we tot in den treure bij de oprit naar de snelweg in Leuven zijn. In onze hand een verregend bordje: Brussel/Parijs.

zaterdag 7 januari 2012

dag studieboeken, hallo milan en franz!



Terwijl tout academisch België in de stress zit voor wat ze de 'blok' noemen, zit ik in de trein terug naar Leuven vanuit Amsterdam. De verbijsterde blikken die ik kreeg toegeworpen toen ik vertelde dat ik er een weekje tussenuit zou gaan in de maand voor de examens, vonden mensen onbegrijpelijk. In België zijn de examens zwaarder én belangrijker dan in Nederland: aan de ene kant is de beoordeling ervan veel strikter, aan de andere kant heb je er maar één per vak. Dit betekend dus dat er geen 'periodes' zijn: de stof wordt niet in kleine, behapbare blokjes geserveerd voor de luie student. Maar ja, het ideaalbeeld van de student (alles netjes bijhouden, colleges voorbereiden enzovoort) gaat natuurlijk ook hier lang niet voor iedereen op: des te meer reden voor paniek in januari dus. Misschien heeft het er ook wel mee te maken dat ik met vrijwel alleen maar kersverse eerstejaars vakken volg en ze dus niet weten wat ze kunnen verwachten, maar vakantie nemen tijdens de blok is hoogst ongebruikelijk.

Maar ik deed het lekker toch. Hij was al gepland vóór mijn grote verhuizing naar Leuven; vlak na ik terugkwam uit de Balkan. Misschien wel één van de leukste dingen van vakantie: plannen maken voor de volgende. Waar gaan we heen? En hoe lang? Op weg naar het vliegveld kocht Nils, helemaal geïnspireerd, de Lonely Planet voor Eastern Europe. Tevergeefs zocht ik naar de variant Western Balkans, om zo de laatste kronen nog even over de balk te smijten en me in het vliegtuig alvast een beetje in te lezen voor de volgende reis. Nils begon vragen op me af te vuren (die ervoor zorgden dat ik er nóg meer zin in kreeg): hoe is Sarajevo (geweldig), ben je in Berat geweest (nog niet) en hoe is de Zwarte Zee (episch)? Ik droomde weer weg naar mijn lievelingsplekken en ging in gedachten alweer op bezoek bij Tomi in Saranda (vermeld als hostel in de laatste uitgave van Lonely Planet's Eastern Europe!), at byrek in Tirana en was lekker aan het badderen tussen de zigeunerkindjes op een wildstrand in Constanta.

De laatste keer dat ik in Praag was is inmiddels ook alweer een tijdje geleden. Ik was een jaar of elf. Ik stond op de foto bij het huis van Franz Kafka, maar wie het was wist ik natuurlijk niet. Ja, mijn vader was fan. Maar meer dan dat wist ik er niet vanaf. In de zomer werd dus het plan opgevat om oud en nieuw door te brengen, wat mensen die ik kende waren zwaar fan van deze stad en ik heb zoveel uitwisselingsstudenten ontmoet uit alle windstreken die lyrisch waren dat het toch echt tijd was om er zelf nog maar eens heen te gaan. Drie dagen naar kerst pak ik samen met Nils om het onchristelijke uur van vijf voor vijf de bus naar Schiphol en vliegen we naar Praag. Vaclav Havel was vrij recentelijk overleden, dus nadat we onze bagage in een kluisje hebben gestopt en de stad intrekken is een enorm spandoek met een foto in memoriam vrijwel het eerste wat we zien. Het tweede is een zee van kleine windlichtjes; het type wat je normaal alleen op graven tegenkomt. Dat deze man nog altijd heel geliefd was bij de inwoners, daar hoeft geen twijfel over te bestaan. Het is een prachtig beeld.

Met een grote groep (zeven man) huren we een villa net buiten het centrum. Incluis twee semi-locals die respectievelijk twee en drie jaar in Praag hebben gewoond, de goede plekjes hoef ik dus allemaal zelf niet meer te zoeken. Er is jarenlange research aan vooraf gegaan. Terwijl er al veel mensen vaak in Praag geweest waren, moest ik toch nog alles even langsgaan. Alle toeristische plekjes moeten tóch even een keertje bekeken worden. Bijkomend voordeel van op stap zijn met kenners is dat je altijd in plekken komt die je zelf nevernooitniet had gevonden. Hoewel veel dingen misschien dingen waren die ik alleen niet nog eens zou doen, was het toch allemaal prachtig.



Misschien het allercharmantste van landen waar de bevolking (en zeker de oudere) niet altijd Engels spreekt vind ik het met handen en voeten communiceren. Tien keer de naam van de bestemming zeggen, maar uiteraard met zo'n belabberd accent dat je een kaartje van twintig euro naar de andere kant van het land krijgt. Horovice in plaats van Holesovice. Je moet het maar weten. Bij de loketten van Praha-Radotin spreken ze in ieder geval nog niet meer Engels dan “Centrum?” gevolgd door een vastgelegd bedrag. Soms uitgesproken, soms gewoon aangewezen op het kaartje. Gesprekken verlopen ook uiterst moeizaam.

Ondertussen zit ik nu in de trein, het laatste deel van mijn retour Leuven – Praag via Amsterdam af te leggen. Het moment dat ik Leuven verliet voor anderhalve week vakantie lijkt idioot lang geleden, maar de tijd ertussen is enorm snel gegaan. Een trucje wat ik misschien voor het dagelijks leven ook onder de knie moet krijgen. Of gewoon een keertje geduldig leren zijn en wat meer plezier beleven in het leven 'thuis'.

zondag 2 oktober 2011

afscheid van een vriend (en het zoveelste einde van mijn trip)


Ik heb al vaker over hem geschreven: de alleraardigste jongeman die ik ontmoette op de nachtbus van Skopje naar Tirana. In Tirana deelde we een stapelbed en in Shkodra mochten we geen kamer delen. We waren echter niet getrouwd en ik was een meisje. Uren hebben we straten afgezocht naar de kleinste lokale restaurantjes. Gediscussieerd over hoe belachelijk het wel niet gesteld is met de wereld. Rakia en bier gedronken. IJsjes gegeten.

Terwijl ik naar Nederland om me -helaas noodzakelijk- terug te gooien in de sleur van het dagelijkse leven, ging mijn vriend Takuya gewoon door met reizen. Toen ik, eind juni, de bus vanuit Shkodra in Albanië naar Montenegro (en een heleboel nieuwe avonturen) pakte, liet ik hem achter op het busstation, met de helft van de Byrek die we als ontbijt gedeeld hadden. Hij had grootse plannen; hij zou gaan werken in de Champagnestreek. Ik heb nog geprobeerd hem over te halen toch echt eens in Nederland op bezoek te komen, maar zijn gedachten bleven in de wijngaarden (of champagnegaarden, als je die ook hebt) van Frankrijk hangen.

Als je alleen aan het reizen bent door Europa, kom je veel mensen tegen. Sommige liggen je natuurlijk beter dan andere. Ik gok dat het een combinatie van hetzelfde reisplan en dezelfde mindset waren die ons zo dicht bij elkaar brachten, ik raakte binnen drie dagen toch redelijk op hem gesteld. Het treurige moment waarop we, twee weken na onze eerste kennismaking, afscheid namen viel me dan ook zwaar. Ik had me er stiekem al op ingesteld dat ik hem waarschijnlijk nooit meer zou zien, zoals veel van mijn 'reisvrienden'.

Terwijl ik mijn reis afmaakte en met tegenzin weer richting het westen vertrok, kwam hij blijkbaar tot de ontdekking dat er toch niet zoveel werk was in Frankrijk. Wat we ons in onze wildste verwachtingen niet eens konden indenken, bleek het geval: we bevonden ons beide in België. Hij kwam voor twee dagen naar Brussel. Hij bleef uiteindelijk drie maanden (hij vertrekt woensdag, twee dagen voor hij in de problemen zou komen door visumzaken), voornamelijk in dienst van een vrijwilligersorganisatie (Serve the City). Toen ik me kwam inschrijven voor de universiteit van Leuven, gingen we uit eten. Het is fijn dat ik nog een paar keer met hem kon afspreken, het is ontzettend jammer dat je de vele mensen die je on-the-road ontmoet vaak niet meer ziet. Zes maanden is hij rond de wereld getrokken. Hij heeft Chai geproefd in Bangladesh, vrijwilligerswerk gedaan in Afrika, gewerkt voor een activistische organisatie in Palestina en met mij ijsjes gegeten in Albanië.

Gister was ik op zijn afscheidsfeestje. Ik keek er een beetje tegen op, omdat hij het enige was wat me nog met mijn trip van de zomer verbond. Zo lang hij nog op reis was, was ik toch min of meer ook nog op weg want we hebben ook samen gereisd. Een redenatie die nergens op slaat, maar zijn vertrek uit Europa lijkt wel een beetje datgene te zijn wat ook míjn reis afsluit. Nu is het echt over. Terwijl ik richting het (chique) hotel liep waar iedereen verwacht werd, voelde ik me steeds ongemakkelijker. Ik had er écht geen zin in. Natuurlijk was dit vrijwel meteen weer weg – het is heerlijk om te kunnen praten met iemand die overal een beetje hetzelfde over denkt.

Als ik de laatste trein terug naar Leuven, mijn nieuwe voorlopige thuis, pak, volgt het standaard afscheid. Goh, veel succes in Japan met de rest van je master. Ja, kom me snel eens opzoeken. Natuurlijk zeg ik dat ik de eerste gelegenheid om naar Tokio te gaan aangrijp – maar ik weet dat dit de komende vier jaar waarschijnlijk niet zal zijn. Ik kan alleen maar hopen dat we een beetje hetzelfde in elkaar zitten en hij als de wiedeweerga terug komt naar Europa (na de master, natuurlijk). Tot die tijd is het een definitief afscheid met een kleine kans op wederzien. Ik omhels hem nog een laatste keer en schuifel de trein in. Terug naar mijn nieuwe vrienden in Leuven, maar het is toch niet hetzelfde.

maandag 19 september 2011

je suis arrivé! oder?


Nadat ik terugkwam ben ik vrijwel meteen naar Groningen vertrokken naar mijn werk. Een aanbod dat me geweldig in de oren klonk, aangezien ik mijn tijd in Amsterdam al had “afgesloten”. Als ik er nu weer twee maanden in de sleur van werken en slapen zou vervallen dan gooide dat mijn hele mentale schema in de war! Bovendien was ik nog nooit in Groningen geweest. Des te meer redenen om ook binnen eigen land eens wat lokale cultuur te gaan bekijken.

Anderhalve maand lang heb ik gezwoegd en vele barista's in spé de kunsten van het vak te leren, maar ik was blij toen het ten einde was. Dat betekende dat het bijna tijd was voor Leuven! Er restte me nog een week in mijn eigen stad, Amsterdam. Er zouden Kroatische vrienden op bezoek komen (waar ik ook in Zagreb ben geweest). De Kroaten verrichtte goed werk: er waren twee flessen rakia present, die er in het bonte gezelschap in één avond doorheen gingen. Het was een beetje als vakantie in eigen land: even nergens aan denken, alleen plezier maken. Twee dagen nadat Dino en consorten in de auto terug stapten naar Kroatië, stapte ik met Nils in een trein naar Leuven.

De goden zaten me echter tegen. Om Nils te gemoed te komen vroeg ik naar zijn voorkeur: om zeven of negen uur richting Leuven. Nils is niet zo'n ochtendmens, dus negen uur it is. Dan zouden we er kwart over twaalf zijn: een prima tijdstip. 's Ochtends kom ik tot de ontdekking dat ik daar -vanwege de spits- niet in mag met de fiets. Een uurtje later dan maar.

Als ik helemaal klaar sta om te vertrekken lopen mijn moeder en ik nog even alle details na. De reisplanner van de NS is érg up-to-date (en daarmee is dan ook het enige goede van de dag gezegd). Want: de trein van tien uur viel uit. De moed zonk me in de schoenen en semi-depressief ga ik op de bank liggen. Ik vraag me af of ik ooit nog in Leuven zal geraken.

Elf uur hebben Nils en ik dan eindelijk de trein naar België. We gaan met ongekende snelheden door het land. Tot Rotterdam welteverstaan. Er heeft een aanrijding met een persoon plaatsgevonden (dus: iemand is voor de trein gesprongen) en we kunnen weer terug. Via Utrecht en Maastricht naar België. Drie uur na het actuele beginpunt (en zes uur na het geplande) van de reis bevinden we ons in Utrecht. Een half uurtje van huis. We vervolgen verslagen onze reis en komen na meer dan zes uur aan in Leuven. Hoewel dit een doldwaze dag gevuld met city sightseeing, IKEA en Stella (Artois) had moeten worden, eten we wat op een terrasje en gaan terug naar mijn kot.

Toen ik aankwam bij de kotbaas, keek hij verschrikt, “Oh, sjuust, kot 9, volgens mij is dat nog bewoond”. Nu word ik echt link. Je hebt pechdagen, maar er zit verdorie toch een limiet aan. Ik leg uit dat ik gemaild had en dat het oké was om vandaag mijn kot te betrekken. De kotbaas lost het goed op: het meiske wat er nog zat, werd voor de nacht naar een ander kot verbannen. Mij liet ze achter in klein-Napels: overal vuil. Terwijl Nils in een luie doch smoezelige stoel kroop, begon ik driftig te vegen en te boenen. Dit moest namelijk mijn paleis en thuis worden, en snel! Nu heb ik redelijk mazzel, want ik heb een optimistische houding die moeilijk neer te krijgen is. Er was potentiëel.

De dag erna was het meeste schoon en ging Nils weer op huis aan. Voor mij begonnen de introdagen voor internationale studenten. Terwijl ik me richting de aangegeven plek voort begeef op mijn flashy, semi-nationalistische postcodeloterijfiets (“jongens, kijk uit, Nederlander coming trough!”), lijkt het te laat. Iedereen staat druk in groepjes te kletsen. Wácht eens even. Was dit niet voor nieuwe studenten? Waarom kent iedereen elkaar al? Wat heb ik gemist? Later raak ik aan de praat met een groep Schotten die elkaar al kenden van hun thuisuniversiteit. Ah. Gelukkig werd ik snel opgenomen en was ook ik voorzien: jolige, katerige Schotten. Een kroegentocht in de avond later ben ik voorzien van nog meer nieuwe vrienden uit alle uithoeken van de wereld. Misschien was dit zo'n gek idee nog niet.

De volgende dag wordt een korte voor mij: veel Nederlandse les en 'cultuur'. Ik twijfel, zal ik voor het groepsgevoel toch gaan, of gewoon lekker iets anders gaan doen? Tijdens de 'lezing' over Leuvense verkeersregels raak ik aan de praat met wat Nederlanders. We verkiezen een lange lunch en een zoektocht naar de Lidl (boodschappen zijn hier abnormaal duur – helemaal in het centrum) boven Nederlandse les. 's Avonds volgt een filmavond en dan zitten voor mij de introdagen er alweer op.

Die maandag erop (gister) begon ik aan mijn crash course wiskunde. Kan ik meteen eens kijken wat ik gemist heb door niet naar het introkamp van 'Ekonomika' te gaan, de economische studentenvereniging (Het verschil tussen studie- en studentenverenigingen kennen ze hier niet, Ekonomika is wél verwant aan de Uni). Het blijkt veelal achttien. Ik raak aan de praat met een meisje en later een groepje, maar voel toch een enorm verschil. Misschien trekt het bij, misschien ben ik wel gewoon érg volwassen voor mijn twintig jaar. Ik besluit me iets passiever in te stellen als gepland en in plaats van druk socializen met de nieuwe economiestudenten stuur ik een sms'je naar de schot: drankjes, snel? En spreek ik af met een andere Nederlandse naar de 'International Party' van aankomende donderdag te gaan, in plaats van met de economievereniging. Schandalig hoe ik zelfs hier –in dit internationale milieu- alsnog de Nederlanders eruit weet te pikken. Maar daar komt vast snel verandering in, als de colleges écht van start gaan (en ik er eindelijk uit ben hoe ik me kan inschrijven voor vakken).

vrijdag 8 juli 2011

bijslapen

Budapest was weer prachtig. We waren er maar een dag, dus we hadden een strakke planning van dingen die we er altijd deden: een spa, onze favoriete kringloopwinkel, sale in de H&M, eten in ons lieveling srestaurant, làngos en Morrisson's. De dag was dan ook zo om. De dag erna waren we van plan de trein van één uur te nemen: zeven uur zouden we dan in Novi Sad aankomen. Het was de trein naar Griekenland, en NSHispeed gaf aan dat we deze vanaf een station moesten nemen waar we beide nog niet van hadden gehoord. Vol vertrouwen stapten we in de taxi. Eenmaal daar aangekomen, was het een station vergelijkbaar tot het Nederlandse Koog-Zaandijk: bedroevend dus. Er konden geen internationale kaartjes gekocht worden. Dit wisten we ook pas na een lang handen-en-voetengesprek met de dame aan de kassa. Ze brabbelde alleen wat en riep zo nu en dan “ONLY HUNGARISCH!”. De trein hadden we al gemist, dus we gingen maar weer naar het internationale treinstation om daar te kijken hoe de stand van zaken ervoor stond.

Bij de internationale kassa was de trein die we van plan waren te nemen doorgekrast. Toen schoot het me te binnen: Griekenland heeft vanwege de crisis alle internationale treinen opgeven. Hij reed dus niet eens. We trokken een nummertje voor de tourist information op het Keleti treinstation om even te vragen of er ook bussen gaan, en zo ja, hoe laat. Want de eerstvolgende trein was de nachttrein van half twaalf. Na veel gewacht kon de mevrouw ons vertellen dat ze niks wist over bussen en dit alleen trein informatie was. Waarom er dan verschillende loketten waren voor international information, routeplanning en kaartjes kopen is me een raadsel. Maar het is wel weer een mooi voorbeeld van hoe men dit hier doet: zoveel mogelijk banen creëren door alles tot n de irritatie te verdelen over verschillende medewerkers. En die corresponderen onderling natuurlijk niet.

We trekken maar weer een kaartje voor het loket waar je tickets kan kopen. Na nog een ruime drie kwartier wachten (we zaten inmiddels al ruim een uur voor verschillende loketten te wachten) waren we aan de beurt. Ik besloot eens goed gebruik te maken van deze mevrouw en vroeg haar wat het prijsverschil was voor een bed en een stoel in de nachttrein. “Daar kan ik snel antwoord op geven: de trein is uitverkocht. Ik kan je geen reserveringen meer verkopen”. Oh. De moed zonk me in de schoenen. Ze vertelde dat we wel mee konden, maar alleen op de bonnefooi. We verdeden de uren die we in Budapest hadden (veel koffiedrinken, ruim uit eten gaan en een beetje door de stad wandelen) en gingen naar het station, waar het zwart zag van de festivalgangers. Ik hield mijn hart vast.

Achteraf viel het best mee: ze wisten wel hoe laat het was, en hadden een extra rijtuig ingezet waar niet voor gereserveerd kon worden. We konden dus gewoon in een stoel zitten. Uitgeput val ik in slaap, om vlak voor de grens weer wakker te worden. Ik liet mijn paspoort zien en deed mijn ogen weer even dicht in afwachting tot de Servische controle. Deze is een stuk strenger, want je gaat de EU uit. Ik heb hem echter gemist, blijkbaar ben ik in comaslaap gevallen. Terwijl ik eerst aangetikt werd door een Servische douanebeambte om wakker te worden, heeft Marlous me nog een aantal keer aangetikt en geprobeerd wakker te krijgen. Ik was echter weg en werd pas veel later weer wakker met een extra stempel in mijn paspoort: Marlous heeft het maar even voor me afgehandeld.

Eenmaal aangekomen in Novi Sad duiken we ons bed in en slapen we tot een uur of één en gaan daarna op zoek naar ontbijt, douchen en 's avonds naar het festival. Het was voor mij meteen de beste dag: de drie bands die ik het liefst wilde zien stonden allemaal vandaag. Na Bad Religion en Arcade Fire is het om kwart voor twee tijd voor Beirut. We staan naast een stel vervelende Engelsen. Elke poging tot een gesprek probeer ik in de kiem te smoren. “Goh, vind je Beirut leuk?” “Nee. Absoluut niet. Vervelende kerel.” Verward kijkt hij me aan. Waarom ik dan toch in godsnaam hier was. Het laatste van de dag was iets in Marlous' straatje: Deadmau5. Elektro van half vier tot vijf. Het grootste nadeel van exit is stiekem ook het allergrootste voordeel: het begint pas in de avond. De Servische hitte die ik niet zo goed trek (36 graden) is mooi te omzeilen. Want als ik om zes uur mijn bed in rol, kom ik er niet vroeg uit.

Dit heb ik vandaag maar weer gemerkt. Om half vier 's middags werd ik bruut wakker geschud door Marlous. Ze vond het wel weer mooi geweest, het was tijd voor mij om wakker te worden. Misschien had ze wel een punt. Terwijl we weer op zoek gaan naar ontbijt eten mensen om ons heen alleen maar pizza. Ik ben voorlopig nog niet wakker en bereid me voor op nog een aantal dagen nachtbraken.